Tijd voor nog een stukje voorouderlijke wijsheid. Ik val in herhaling door te zeggen dat de (verre) voorouders animistisch in het leven stonden. Maar het is goed om te beseffen hoe diep de impact van deze spirituele houding ging.

Animisme wil zeggen dat je doordrongen bent van het feit dat alles bezield is, met elkaar samenhangt en dat elk wezen in dat web tot het kleinste plantje toe invloed heeft op het lot van alle andere wezens.

Bovendien zijn die relaties wederkerig. Dat betekent dat hoe je je gedraagt tegenover dat plantje, ook weer naar je terugkomt. Voor alle animistische volkeren, ook vandaag nog, staat die wederkerigheid centraal in hun levenswijze.

Wederkerigheid bepaalde de sociale regels tussen mensen. Voor wat hoort wat. Gastvrijheid was een belangrijk, zoniet het belangrijkste principe in de oude Germaanse wereld. Een vreemdeling die kwam aangewaaid, gaf je te eten en een plaats bij de haard, vóór je vragen stelde. Je wist immers dat je die gastvrijheid op een dag zelf kon nodig hebben. Maar als je zelf niet gastvrij was geweest, was je plekje aan de haard misschien niet meer zo verzekerd…

Minder harmonieus gedrag kon je ook ziek maken. Agressie (of zelfs gewoon je mes bovenhalen) bij een heilige bron bijvoorbeeld, kon de Elfen boos maken, die dan een elfenpijl op je af schoten. De gevolgen gingen van een weekje in bed tot gek worden of zelfs de dood.

Ook ‘geluk’ was iets dat alleen maar kon bestaan in het veld van wederkerigheid. Enerzijds was je geluk, in de zin van dat alles je goed gaat, iets waar je een zekere dosis van meekreeg bij de geboorte. Anderzijds versterkte of verzwakte je dit door je daden naar al je relaties toe, en door trouw te zijn aan je woord. Karma, zeg maar. In het Oudnoors heette dit ‘hamingja’. Hamingja gaat dieper dan iets wat je hebt of kunt vergaren, het is een deel van je ziel, zoals de Germaanse spiritualiteit meerdere zielendelen kent.

Een goede relatie van wederkerigheid met de goden en natuurgeesten kon je voeden met offers. Af en toe een extra portie avondeten op het altaar zetten, is een tastbaar en dankbaar bevestigen van de verbinding tussen jou en de geest van de grond waarop je mag wonen, of de godin die je helpt bij je liefdesrelaties.

Offeren is niet meer zo gangbaar. Nochtans is het in zijn eenvoud één van de mooiste spirituele, verbindende handelingen. Je kunt het snel even doen, of er een heel diepgaande uitwisseling van energie met de spirits van maken door er een mooie uitgebreide ceremonie rond te bouwen.

In Leef de Oude Magie gaan we aan de slag met rituelen gebaseerd op authentieke Noordwest-Europese ceremoniële vormen. De voorouders hadden zo hun eigen manieren om in ceremonie te gaan, die nu eenmaal anders, maar daarom niet minder krachtig zijn dan die van bv de Inca’s.

Bovendien voelen mensen met Europese wortels niet zelden dat ze deze oude werkvormen van hier op één of andere manier herkennen. Ze voelen de oude magische draden resoneren, én wakker worden. Wederkerigheid gaat daar dan spontaan en natuurlijk deel van uitmaken.

Lees er hier meer over

Lees ook: